dall'oblio                    stesure e frammenti            périodique

stesure e frammenti

DEGLI ESERCIZI DI FIACCHEZZA


IV (159-246)

a cura di Exsilio-
Parigi, 14 XI 1998







l'uomo abbia libero arbitrio, però debole,
di fare delle passioni virtù
Vico










( i n d e x )

          (note)
          James Joyce
                40 Epiphanies
                40 Epiphanieen

5

8
9



3

( n o t e )

      Gerard Reve beweert bij herhaling iets als dat het zelden voorkomt dat een voorval of spreken uit het daagliks leven bruikbaar is voor de scheppende schrijver. Nu&dan schuift hij desniettemin Carmiggelt het een&ander toe, & ook zijn eigen oeuvre is niet vrij van autobiographisch verzinsel of verzonnen autobiographie. Reve beklaagt zich, ook weder bij herhaling, nooit wat mede te maken & geen ander te willen herha1en, eccetera, eccetera.
      James Joyce daar&tegen noteert vooral vóór zijn definitief vertrek uit Dublin allerlei overheard dan wel meditated eventualiteiten, in 1965 onder de titel Epiphanies door Robert



5

Scholes voor het eerst gepubliceerd [cf. The Workshop of Daedalus, Northwestern University Press, Evanston]. Tussen circa 1901-1902 & 1904 ontwerpt Joyce een reeks van minimaal 71 fragmenten dramatiek dan wel lyriek, fragmenten die vaak een onmidlike weerslag vinden in Stephan Hero, A Portrait of an Artist as a Young Man, Ulysses, of zelfs Finnegans Wake.
      Hieronder zijn de 40 teruggevonden Epiphanies met een bescheiden vertaling te vinden. Uiteraard was een&ander niet mooglik zonder Robert Scholes, maar bovendien zijn wij in bizonder A. Walton Litz & Jacques Aubert dank verschuldigd. Graag hadden wij Franca Ruggieri's verzorging van Poesie e prose [Mondadori, Mi1ano l992] geraadpleegd - zeker ook in Parijs bevindt men zich nu&dan in een ongevraagd bibliographisch vacuum.
      In numero V van Degli esercizi di fiacchezza volgen de inmiddels gebruiklike chiose. Beperken wij ons hier tot de omschrijving van epiphany dewelke Stephan Daedalus ons geeft in Stephen Hero [edited with an introduction by Theodore Spencer/ revised edition with additional material and a Foreword by John J. Slocum and Herbert Cahoon, London 1975, p.216], opnieuw een fragment van manuscript:

The Young Lady - (drawling discreetly)... O, yes... I was...
      at the... cha... pel...
The Young Gentleman - (inaudibly)... I... (again inaudibly)
      ... I...
The Young Lady - (softly)... 0... but you're... ve... ry...
      wick... ed...



6

      This triviality made him think of collecting many such moments together in a book of epiphanies. By an epiphany he meant a sudden spiritual manifestation, whether in the vulgarity of speech or of gesture or in a memorable phase or the mind itself. He believed that it was for the man of letters to record these epiphanies with extreme care, seeing that they themselves are the most delicate and evanescent of moments. He told Cranly that the clock of the Ballast Office was capable of an epiphany. Cranly questioned the inscrutable dial of the Ballast Office with his no less inscrutable countenance.
      - Yes, said Stephen, I will pass it time after time, allude to it, refer to it, catch a glimpse of it. It is only an item in the catalogue of Dublin's street furniture. Then all at once I see it and I know at once what it is: epiphany.
      -What?



7

1

[Bray: in the parlour of the house
in Martello Terrace]

Mr Vance - (comes in with a stick) ...0, you know,
      he'll have to apologise, Mrs Joyce.
Mrs Joyce - O yes... Do you hear that, Jim?
Mr Vance - Or else - if he doesn't - the eagles'll
      come and pull out his eyes.
Mrs Joyce - 0, but I'm sure he will apologise.
Joyce - (under the table, to himself)
          - Pull out his eyes,
            Apologise,
            Apologise,
            Pull out his eyes.

            Apologise,
            Pull out his eyes,
            Pull out his eyes,
            Apologise.

 

1

[Bray: in de salon van het huis
in Martello Terrace]

Hr Vance - (komt binnen met een stok)... 0, weet U,
      hij zal zich moeten verontschuldigen, Mevr Joyce.
Mevr Joyce - O ja... hoor je dat, Jim?
Hr Vance - Anders - als hij dat niet doet - zullen de
      arenden komen & zijn ogen uitrukken.
Mevr Joyce - 0, maar ik ben er zeker van dat hij zich zal
      verontschuldigen.
Joyce - (onder de tafel, tot zichzelf)
          - Ogen uitrukken,
            Verontschuldigen,
            Verontschuldigen,
            Ogen uitrukken.

            Verontschuldigen,
            Ogen uitrukken,
            Ogen uitrukken,
            Verontschuldigen.
8
 
9

2

      No school tomorrow: it is Saturday night in winter: I sit by the fire. Soon they will be returning with provisions, meat and vegetables, tea and bread and butter, and white pudding that makes a noise on the pan....I sit reading a story of Alsace, turning over the yellow pages, watching the men and women in their strange dresses. It pleases me to read of their ways; through them I seem to touch the life of a land beyond them to enter into communion with the German people. Dearest illusion, friend of my youth!....... In him I have imaged myself. Our lives are still sacred in their intimate sympathies. I am with him at night when he reads the books of the philosophers or some tale of ancient times. I am with him when he wanders alone or with one whom he has never seen, that young girl who puts around him arms that have no malices in them, offering her simple, abundant love, hearing and answering his soul he knows not how.

 

2

      Morgen geen school: het is Zaterdag avond in de winter: ik zit bij het vuur. Zij zullen weldra met boodschappen thuiskomen: vlees & groente, thee & brood & boter, & witte pudding die in de pan een geluid maakt.... Ik zit een verhaal van de Elzas te lezen, sla de gele bladzijden om, bekijk mannen & vrouwen in vreemde kledij. Het doet mij goed over hun gewoonten te lezen; door hen schijn ik een leven in een wereld achter hen te raken & in gemeenschap met het Duitse volk te treden. Liefste droombeeld, vriend van mijn jeugd!....... In hem heb ik mijzelf voorgesteld. Onze levens zijn in hun intiemste gevoelens nog steeds heilig. Ik ben 's nachts met hem wanneer hij de boeken van de filosofen of een of ander verhaal van de oude tijd leest. Ik ben met hem wanneer hij alleen rondloopt of met degene die hij nimmer heeft gezien, dat jonge meisje dat haar armen zonder boosaardigheid om hem legt, haar eenvoudige, overvloedige liefde schenken, &, hij weet niet hoe, zijn ziel hoort & antwoordt.
10
 
11

3

      The children who have stayed latest are getting on their things to go home for the party is over. This is the last tram. Thht lank brown horses know it and shake their bells to the clear night, in admonition. The conductor talks with the driver; both nod often in the green light of the lamp. There is nobody near. We seem to listen, I on the upper step and she on the lower. She comes up to my step many times and goes down again, between our phrases, and once or twice remains beside me, forgetting to go down..... Let be; let be.... And now she does not urge her vanities - her fine dress and sash and long black stockings - for now (wisdom of children) we seem to know that this end will please us better than any end we have laboured for.

 

3

      De kinderen die het langst zijn gebleven kleden zich nu om naar huis te gaan. want het feest is voorbij. Dit is de laatste tram. De magere bruine paarden weten dit & schudden waarschuwend hun bellen in de heldere nacht. De conducteur spreekt met de koetsier; beiden knikken vaak in het groene lamplicht. Niemand dichtbij. Wij schijnen te luisteren, ik op de hoge & zij op de lage trede. Vaak komt zij naar mijn trede & gaat dan, tussen onze phrasen, weer naar beneden, & één of twee keer blijft zij naast mij, vergetend naar beneden te gaan, & dan gaat zij naar beneden..... Laat het zo zijn; het zij zo.... & nu laat zij haar ijdelheid niet gelden - haar fraaie jurk & ceinture & lange zwarte kousen - want nu (kinder-wijsheid) schijnen wij te weten dat deze beëindiging ons beter zal bevallen dan die waar wij naar streefden.
12
 
13

4

[Dublin: on Mountjoy Square]

Joyce - (concludes)... That'll be forty thousand pounds.
Aunt Lillie - (titters) - 0, laus!.... I was like that too.....
      ... When I was a girl I was sure I'd marry a
      lord... or something...
Joyce - (thinks) - Is it possible she's comparing
      herself with me?

 

4

[Dublin: op Mountjoy Square]

Joyce - (besluit)... Dat is dan veertig duizend pond.
Tante Lillie - (grinnikend) - 0, lieve hemel!.... Ik was
      ook zo.........Toen ik een meisje was was ik er zeker
      van dat ik een lord... of iets dergliks zou trouwen...
Joyce - (peinzend) - Is het mooglik dat zij zich met mij
      vergelijkt?
14
 
15

5

      High up in the old, dark-windowed house: firelight in the narrow room: dusk outside. An old woman bustles about, making tea; she tells of the changes, her odd ways, and what the priest and the doctor said..... I hear her words in the distance. I wander among coals, among the ways of adventure....... Christ! What is in the doorway? ..... A skull - a monkey; a creature drawn hither to the fire, to the voices: a silly creature.
      - Is that Mary Ellen? -
      - No, Eliza, it's Jim -
      - 0......0, goodnight, Jim -
      - D'ye want anything, Eliza? -
      - I thought it was Mary Ellen..... I thought you
      were Mary Allen, Jim -

 

5

      Hoog in het oude huis met de donkere ramen: licht van de haard in de smalle kamer: duisternis buiten. Een oude vrouw scharrelt rond, zet thee; zij vertelt van de veranderingen, van haar vreemde gewoonten, & van wat de priester & de dokter hadden gezegd..... Ik hoor haar woorden in de verte. lk dwaal tussen de kolen, tussen avontuurlike wegen....... Christus! Wat staat daar in de deurpost?..... Een schedel - een aap; een schepsel hier aangetrokken door het vuur, door de stemmen: een idioot schepsel.
      - Ben jij het, Mary Ellen? -
      - Nee, Eliza, ik ben het, Jim -
      - 0.......0, welteruste, Jim -
      - Wil je iets, Eliza? -
      - Ik dacht dat jij Mary Ellen was..... Ik dacht dat jij
      Mary Ellen was, Jim -
16
 
17

6

      A small field of stiff weeds and thistles alive with confused forms, half-men, half-goats. Dragging their great tails they move hither and thither, aggressively. Their faces are lightly bearded, pointed and grey as india-rubber. A secret personal sin directs them, holding them now, as in reaction, to constant malevolence. One is clasping about his body a torn flannel jacket; another complains monotonously as his beard catches in the stiff weeds. They move about me, enclosing me, that old sin sharpening their eyes to cruelty, swishing through the fields in slow circles, thrusting upwards their terrific their terrific faces. Help!

 

6

      Een klein veld hard onkruid & distels, vol leven van onduidlike vormen: half mens. half geit. Met slepende staart gaan zij van hier naar daar, op een aanvallende manier. Hun gelaat is licht bebaard, spits & grijs als Indisch rubber. Een geheime persoonlike zonde drijft hen, & houdt hen nu, als reactie, in doorlopende kwaadgezindheid. De een omsluit zijn lichaam met een versleten flanellen jasje; een ander klaagt eentonig wanneer zijn baard in het harde onkruid verstrikt raakt. Zij bewegen om mij heen, omsluiten mij, die oude zonde scherpt hun ogen tot wreedheid. ritselend in langzame cirkels door de velden, hun schrikwekkend gelaat opslaand. Help!
18
 
19

7

      It is time to go away now - breakfast is ready. I'll say another prayer..... I am hungry; yet I would like to stay here in this quiet chapel where the mass has come and gone so quietly..... Hail, holy Queen, Mother of Mercy, our life, our sweetness and our hope! Tomorrow and every day after I hope I shall bring you some virtue as an offering for I know you will be pleased with me if I do. Now, goodbye for the present..... 0, the beautiful sunlight in the avenue and 0, the sunlight in my heart!

 

7

      Het is nu tijd om weg te gaan - het ontbijt staat klaar. Ik zal nog een gebed zeggen..... Ik heb honger; toch zou ik hier in deze rustige kapel waar de mis zo rustig is gekomen & gegaan willen blijven..... Gegroet, heilige Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zachtmoedigheid & onze hoop! Ik hoop dat ik U morgen & elke dag nadien enige deugd ten offer zal brengen, want ik weet dat U over mij tevreden zal zijn wanneer ik dat doe. Voor nu, vaarwel..... 0, het schone zonlicht in de avenue & 0, het zonlicht in mijn hart!
20
 
21

8

      Dull clouds have covered the sky. Where three roads meet and before a swampy beach a big dog is recumbent. From time to time he 1ifts his muzzle in the air and utters a prolonged sorrowful howl. People stop to look at him and pass on; some remain, arrested, it may be, by that lamentation in which they seem to hear the utterance of their own sorrow that had once its voice but is now voiceless, a servant of laborious days. Rain begins to fall.

 

8

      Vale wolken hebben de hemel bedekt. Op de driesprong, juist voor een drassig strand ligt een grote hond. Van tijd tot tijd licht hij zijn snuit omhoog & slaakt een lang, droevig gehuil. De luyden stoppen, kijken naar hem & lopen door; enkelen blijven, naar het schijnt weerhouden door die weeklacht waarin zij de uitdrukking horen van hun eigen zwaarmoedigheid die eens haar stem had maar nu, dienstbode van moeizame dagen, stemloos is. Het begint te regenen.
22
 
23

9

[Mullingar: a Sunday in July:
noon]                                 

Tobin - (walking noisily with thick boots and
      tapping the road with his stick).... O
      there's nothing like marriage for
      making a fellow steady. Before 1 came
      here to the Examiner I used knock about
      with fellows and boose.... Now I've a
      good house and..... I go home in the
      evening and if I want a drink......
      well, I can have it.... My advice to
      every young fellow that can afford it
      is: marry young.

 

9

[Mullingar: een Zondag in Juli:
twaa1f uur]                           

Tobin - (loopt luidruchtig met dikke laarzen
      & tikt met zijn stok op de weg).... O
      niets is beter dan een huwlik
      om een kerel kalm te maken. Voordat ik hier
      naar de Examiner kwam hing ik rond
      met de kerels & de drank.... Nu heb ik
      een goed huis..... 's avonds ga ik naar
      huis & als ik drank wil......
      wel, dan kan ik het hebben.... Mijn raad aan
      elke jonge kerel die het zich kan veroorloven
      is: trouwt jong.
24
 
25

10

[Dublin: in the Stag's Head,
Dame Lane]                      

O'Mahony - Haven't you that little priest that
      writes poetry over here - Fr Russell?
Joyce - 0, yes... I hear he has written verses.
O'Mahony - (smiling adroilly)... Verses, yes... that's
      the proper name for them....

 

10

[Dublin: in het Stag's Head,
Dame Lane]                      

O'Mahony - Gaat daar niet die kleine priester die
      poëzie schrijft - Vader Russell?
Joyce - 0, ja... Ik heb gehoord dat hij verzen schrijft.
O'Mahony - (met lepe glimlach)... Verzen, ja... zo
      worden die eiglik genoemd...
26
 
27

11

[Dublin: at Sheehy's,
Belvedere Place]     

Joyce - I knew you meant him. But you're wrong
      about his age.
Maggie Sheehy - (leans forward to speak seriously). Why,
      how old is he?
Joyce - Seventy-two.
Maggie Sheeny - Is he?

 

11

[Dublin: bij de Sheehy's,
Belvedere Place]           

Joyce - Ik wist dat jij hem bedoelde. Maar je vergist je
      in zijn leeftijd.
Maggie Sheehy - (buigt naar voren om ernstig te spreken).
      Waarom, hoe oud is hij?
Joyce - Twee & zeventig.
Maggie Sheehy - Werklik?
28
 
29

12

[Dublin: at Sheehy's,
Belvedere Place]     

O'Reilly - (with developing seriousness).... Now
      it's my turn, I suppose..... (quite
      seriously).... Who is your favourite
      poet?
                                    (a pause)
Hanna Sheehy - .......German?
O'Reilly - ...... Yes.
                                    (a hush)
Hanna Sheehy - .. I think..... Goethe.....

 

12

[Dublin: bij de Sheehy's,
Belvedere Place]           

O'Reilly - (steeds ernstiger).... Nu
      is het mijn beurt, naar ik veronderstel..... (taamlik
      ernstig).... Wie is je voorkeurs
      dichter?
                                    (een pauze)
Hanna Sheehy - .......Duits?
O'Reilly - ...... Ja.
                                    (een stilte)
Hanna Sheehy - .. Goethe..... denk ik.....
30
 
31

13

[Dublin: at Sheehy's,
Belvedere Place]     

Fallon - (as he passes) - I was told to congratulate
      you especially on your performance.
Joyce - Thank you.
Blake - (after a pause).. I'd never advise anyone
      to... 0, it's a terrible life!...
Joyce - Ha.
Blake - (between puffs of smoke) - of course... it
      looks all right from the outside... to
      those who don't know.... But if
      you knew.... it's really terrible. A
      bit of candle, no... dinner, squalid
      .... poverty. You've no idea simply....

 

13

[Dublin: bij de Sheehy's,
Belvedere Place]           

Fallon - (als hij langskomt) - Ik was gezegd U geluk te
      wensen, in het bizonder met uw uitvoering.
Joyce - Dank U.
Blake - (na een pauze).. Ik zou nooit iemand raden
      te... 0, het is een verschriklik leven!....
Joyce - Ha.
Blake- (tussen twee trekjes) - natuurlik... het
      ziet er prima uit van de buitenkant... voor
      hen die niet weten.... Maar als
      U wist.... het is werklik verschriklik. Een
      stompje kaars, geen... avondeten, schraperige
      ..... armoede. U heeft er gewoon geen idee van....
32
 
33

14

[Dublin: at Sheehy's,
Belvedere Place]     

Dick Sheehy - What's a 1ie? Mr Speaker, I must ask...
Mr Sheehy - Order, order!
Fallon - You know it's a lie!
Mr Sheehy - You must withdraw, sir.
Dick Sheehy - As I was saying....
Fallon - No, I won't.
Mr Sheehy - I call on the honourable member
      for Denbigh.... Order, order!...

 

14

[Dublin: bij de Sheehy's,
Belvedere Place]           

Dick Sheehy - Wat is een leugen? Mijnheer de Spreker,
      ik moet [U] vragen...
Mr Sheehy - Orde, orde!
Fallon - U weet dat het een leugen is!
Mr Sheehy - Dat moet U terugtrekken, mijnheer.
Dick Sheehy - Zoals ik al zei....
Fallon - Nee, dat zal ik niet.
Mr Sheehy - Ik doe een beroep op de eervolle
      afgevaardigde van Denbigh.... Orde, orde!...
34
 
35

15

[In Mullingar: an evening
in autumn]                     

The Lame Beggar - (gripping his stick).... It was
     you called out after me yesterday.
The Two Children - (gazing at him)... No, sir.
The Lame Beggar - 0, yes it was, though.... (moving
     his stick up and down).... But
     mind what I'm telling you....
     D'ye see that stick?
The Two Children - Yes, sir.
The Lame Beggar - Well, if ye call out after me
     any more I'll cut ye open with
     that stick. I'll cut the livers
     out o'ye.... (explains himself)
     ... D'ye hear me? I'll cut ye
     open. I'll cut the livers and
     the lights out o'ye.

 

15

[In Mullingar: een avond
in de herfst]                  

De Kreupele Bedelaar - (zijn stok beetpakkend)...
     Jullie waren het die mij gister nariepen.
De Twee Kinderen - (hem aanstarend)... Nee,
     mijnheer.
De Kreupele Bedelaar - 0, wel zekcr wel (zijn stok
     op & neer bewegend).... Maar
     let op wat ik jullie zeg....
     Zien jullie die stok?
De Twee Kinderen - Ja, mijnheer.
De Kreupele Bedelaar - Wel, als jullie mij nog eens
     naroepen, dan zal ik jullie met deze stok
     opensnijden. Ik zal jullie levers
     uitsnijden.... (legt het zichzelf uit)
     ...Horen jullie mij? Ik zal jullie
     opensnijden. Ik zal jullie levers &
     darmen uitsnijden.
36
 
37

16

A white mist is falling in snow flakes. The path leads me down to an obscure pool. Something is moving in the pool; it is an arctic beast with a rough yellow coat. I thrust in my stick and as he rises out of the water I see that his back slopes towards the croup and that he is very sluggish. I am not afraid but, thrusting at him often with my stick drive him before me. He moves his paws heavily and mutters words of some language which I do not understand.

 

16

Een witte mist valt in langzame vlokken. Het pad 1eidt mij naar beneden, naar een duistere poel. Daar beweegt iets in de poel; het is een beest van de noordpoo1 met een grove gele jas. Ik por het met mijn stok & wanneer het uit het water rijst zie ik dat zijn rug tot zijn kruis afbuigt & dat het erg traag is. Ik ben niet bang, maar drijf het door het vaak met mijn stok te steken voor mij uit. Het beweegt zijn klauwen 1omp & mompelt woorden van de een of andere taal die ik niet begrijp.
38
 
39

17

[Dublin: at Sheehy's,
Belvedere Place]     

Hanna Sheehy - 0, there are sure to be great crowds.
Skeffington - In fact it'll be, as our friend
     Jocax would say, the day of the
     rabblement.
Maggie Sheelly - (declaims) - Even now the
     rabblement may be standing
by the door!

 

17

[Dublin: bij de Sheehy's,
Belvedere Place]           

Hanna Sheehy - 0, er zal zeker heel wat volk zijn.
Skeffington - Het zal feitlik, zoals onze vriend
     Jocax zou zeggen, de dag van janhagel
     zijn.
Maggie Sheehy - (hevig uitvarend) - Zelfs nu
     zou janhagel aan de deur kunnen
     staan!
40
 
41

18

[Dublin, on the North Circular
Road: Christmas]                   

Miss O'Callaghan - (lisps) - I told you the name,
     The Escaped Nun.
Dick Sheehy - (loudly) - 0, I wou1dn't read
     a book like that... I must
     ask Joyce. I say, Joyce, did
     you ever read The Escaped
     Nun?
Joyce - I observe that a certain
     phenomenon happens about
     this hour.
Dick Sheehy - What phenomenon?
Joyce - 0... the stars come out.
Dick Sheehy - (to Miss O'Callaghan).. Did you
     ever observe how... the
     stars come out on the end
     of Joyce's nose about this
     hour?... (she smiles).. Because
     I observe that phenomenon.

 

18

[Dublin, op de North Circular
Road: Kerstmis]                    

Juffrouw 0'Callaghan - (lispelend) - Ik heb U de naam
gegeven. De Onsnapte Non.
Dick Sheehy - (luid) - 0. ik zou zo'n boek
     niet lezen... Ik moet
     Joyce vragen. Zeg, Joyce, heb jij
     ooit De Onsnapte Non
     gelezen?
Joyce - Ik bemerk dal een zeker
     verschijnsel zich omstreeks dit uur
     voltrekt.
Dick Sheehy - Welk verschijnsel?
Joyce - 0... de sterren komen tevoorschijn.
Dick Sheehy - (tot Juffrouw O'Callaghan).. Heeft U
     ooit waargenomen hoe... omstreeks dit uur
     de sterren uit hel eind van Joyce's neus
     tevoorschijn komen?.. (zij glimlacht).. Omdat
     ik dat verschijnsel waarneem.
42
 
43

19

[Dublin: in the house in      
Glengariff Parade: evening]

Mrs Joyce - (crimson, trembling, appears at the
     parlour door)... Jim!
Joye - (at the piano)... Yes?
Mrs Joyce - Do you know anything about the
     body?... What ought I do?... There's
     some matter coming away from
     the hole in Georgie's stomach...
     Did you ever hear of that happening?
Joyce - (surprised)... I don't know....
Mrs Joyce - Ought I send for the doctor, do you
     think?
Joyce - I don't know...... What hole?
Mrs Joyce - (impatient)...The hole we all have
here (points)
Joyce - (stands up)

 

19

[Dublin: in het huis in       
Glengariff Parade: avond]

Mevrouw Joyce - (verschijnt karmozijnrood &
     trillend aan de salondeur)... Jim!
Joyce - (aan de piano)... Ja?
Mevrouw Joyce - Weet jij iets van het
     lichaam?... Wat moet ik doen?... Er komt
     het een of ander uit het gat in Georgie's maag...
     Heb jij ooit gehoord dat dat kan gebeuren?
Joyce - (verbaasd)... Ik weet niet....
Mevrouw Joyce - Denk jij dat ik een dokter moet laten
     komen?
Joyce - Ik weet niet...... Welk gat?
Mevrouw Joyce - (ongeduldig)... Het gat dat wij allemaal
     hebben..... hier (wijst aan)
Joyce - (staat op)
44
 
45

20

     They are all asleep. I will go up now..... He lies on my bed where I lay last night: they have covered him with a sheet and closed his eyes with pennies.... Poor little fellow! We have often laughed together - he bore his body very lightly.... I am very sorry he died. I cannot pray for him as the others do..... Poor little fellow! Everything else is so uncertain.

 

20

     Zij zijn allen ingeslapen. Ik zal nu naar boven gaan..... Hij ligt op mijn bed waar ik gisternacht lag: zij hebben een laken over hem gelegd & zijn ogen gesloten met pennies.... Arm kereltje! Wij hebben vaak samen gelachen - zijn lichaam woog hem niets.... Ik ben diep bedroefd dat hij stierf. Ik kan niet voor hem bidden zoals de anderen doen..... Arm kereltje! Al het andere is zo onzeker!
46
 
47

21

     Two mourners push on through the crowd. The girl, one hand catching the woman's skirt, runs in advance. The girl's face is the face of a fish, discoloured and oblique-eyed; the woman's face is small and square, the face of a bargainer. The girl, her mouth distorted, looks up at the woman to see if it is time to cry; the woman, settling a flat bonnet, hurries on towards the mortuary chapel.

 

21

     Twee personen in rouw dringen zich door de menigte. Het meisje, met een hand aan de rok van de vrouw vast, rent vooruit. Het gelaat van het meisje is als het gelaat van een vis: verkleurd & met scheve ogen; het gelaat van de vrouw is klein & rechthoekig, het gelaat van een dingster. Het meisje, haar mond vertrokken, kijkt naar de vrouw op om te zien of het tijd is te huilen; de vrouw, haar platte muts in orde brengend, haast zich voort naar de rouwkapel.
48
 
49

22

[Dublin: in the     
National Library]

Skeffington - I was sorry to hear of the death of
     your brother..... sorry we didn't
     know in time..... to have been at
     the funeral
Joyce - 0, he was very young.... a boy....
Skeffington - Still..... it hurts

 

22

[Dublin: in de      
National Library]

Skeffington - Ik was bedroefd van de dood van je broer
     te horen..... bedroefd dat wij het niet
     op tijd wisten..... om op de begraafnis aanwezig
     geweest te zijn.....
Joyce - 0, hij was erg jong.... een jongen....
Skeffington - Niettemin.... het doet pijn....
50
 
51

23

     That is no dancing. Go down before the people, young boy, and dance for them.... He runs out darkly-clad, lithe and serious to dance before the multitude. There is no music for him. He begins to dance far below in the amphitheatre with a slow and supple movement of the limbs, passing from movement to movement, in all the grace of youth and distance, until he seems to be a whirling body, a spider wheeling amid space, a star. I desire to shout to him words of praise, to shout arrogantly over the heads of the multitude 'See! See!'..... His dancing is not the dancing of harlots, the dance of the daughters of Herodias. It goes up from the midst of the people, sudden and young and male, and falls again to the earth in tremulous sobbing to die upon its triumph.

 

23

     Dat is geen dansen. Ga naar beneden, voor het volk, jongetje, & dans voor hen.... Hij rent weg, donker gekleed, lenig & ernstig om voor de menigte te dansen. Er is geen muziek voor hem. Hij begint diep beneden in het amphitheater te dansen met een langzame & soepele beweging van de leden, van beweging tot beweging, in alle bekoorlikheid van jeugd & afstand, totdat hij een wervelend lichaam gelijkt, een in de ruimte draaiende spin, een ster. Ik verlang er naar hem woorden van lof toe te roepen, om aanmatigend over de hoofden van de menigte uit te roepen: 'Ziet! Ziet!'..... Zijn dansen is niet als dat van vleisters, de dans van Herodias' dochters. Het stijgt op vanuit de schoot van het volk, plotsling & jong & manlik, & valt terug ter aarde huiverend snikkend om over zijn triomf te sterven.
52
 
53

24

     Her arm is laid for a moment on my knees and then withdrawn, and her eyes have revealed her - secret, vigilant, an enclosed garden - in a moment. I remember a harmony of red and white that was made for one like her, telling her names and glories, bidding her arise as for espousal, and come away, bidding her look forth, a spouse, from Amana and from the mountain of the leopards. And I remember that response whereunto the perfect tenderness of the body and the soul with all its mystery have gone: Inter ubera mea commorabitur.

 

24

     Voor een ogenblik is haar arm op mijn knieën gelegd & dan teruggetrokken, & haar ogen hebben het openbaard - geheim, oplettend, een omsloten tuin - in een ogenblik. Ik herinner mij een harmonie van rood & wit die voor iemand als zij was samengesteld, heur naam & eer uitsprekend, haar vragend op te staan als voor een huwlik, & te komen, haar te verzoeken in de verte te zien, echtgenote, vanaf Amana & van de luipaarden berg. & ik herinner mij dat antwoord waarin de volmaakte tederheid van lichaam & ziel met heel haar geheim zijn samengevat: Inter ubera mea commorabitur.
54
 
55

25

     The quick light shower is over but tarries, a cluster of diamonds, among the shrubs of the quadrangle where an exhalation arises from the black earth. In the colonnade are the girls, an April company. They are leaving shelter, with many a doubting glance, with the prattle of trim boots and the pretty rescue of petticoats, under umbrellas, a light armoury, upheld at cunning angles. They are returning to the convent - demre corridors and simple dormitories, a white rosary of hours - having heard the fair promises of Spring, that well-graced ambassador.......
     Amid a flat rain-swept country stands a high plain building, with windows that filter the obscure daylight. Three hundred boys, noisy and hunry, sit at long tables eating beef fringed with green fat and vegetables that are still rank of the earth.

 

25

     De snelle lichte regen is voorbij maar blijft hangen, een tros diamanten, tussen de struiken om het vierkante plein waar van de zwarte aarde een damp opsteigt. In de zuilengang zijn de meisjes, een voorjaars groep. Zij verlaten hun toevlucht, met menig twijfelende, met gebabbel van keurige laarsjes & het 1ieftallig redden van petticoats onder parapluies, een licht wapen listig gebogen opgehouden. Zij keren naar het klooster terug ernstige gangen & eenvoudige slaapzalen, een witte rozenkrans van uren - nadat zij de schone beloften van het Voorjaar, die o zo bekoorlike ambassadeur, hebben gehoord.......
     Midden in een vlak door de regen gezuiverd landschap staat een hoog eenvoudig gebouw, met ramen die het duistere daglicht filteren. Drie honderd jongens, luidruchtig & hongerig, zitten aan lange tafels te eten: rundvlees omringd met groen vet & groenten die nog flink naar aarde rieken.
56
 
57

26

     She is engaged. She dances with them in the round - a white dress lightly lifted as she dances, a white spray in her hair; eyes a little averted, a faint glow on her cheek. Her hand is in mine for a moment, softest of merchandise.
     - You very seldom come here now. -
     - Yes I am becoming something of a recluse. -
     - I saw your brother the other day...... He is
       very like you. -
     - Really? -
     She dances with them in the round - evenly, discreetly, giving herself to no one. The white spray is ruffled as she dances, and when she is in shadow the glow is deeper on her cheek.

 

26

     Zij is verloofd. Zij danst met hen in het rond - een witte jurk lichtlik opgelicht wanneer zij danst, een witte bloem in heur haar; ogen iets afgewend, een zwakke blos op haar wang. Voor een moment is haar hand, zachtste goed, in die van mij.
     - U komt hier nog maar zeer zelden.
     - Ja ik ben een soort kluizenaar geworden.
     - Onlangs zag ik uw broer...... Hij lijkt
       veel op U. -
     - Werklik? -
     Zij danst met hen in het rond - regelmatig, discreet, geeft zij zich aan niemand. De witte bloem raakt verward wanneer zij danst, & wanneer zij in de schaduw is is de blos op haar wang dieper.
58
 
59

27

     Faintly, under the heavy summer night, through the silence of the town which has turned from dreams to dreamless sleep as a weary lover whom no caresses move, the sound of hoofs upon the Dublin road. Not so faintly now as they come near the bridge; and in a moment as they pass the dark windows the silence is cloven by alarm as by an arrow. They are heard now far away     hoofs that shine amid the heavy night as diamonds, hurrying beyond the grey, still marshes to what journey's end - what heart - bearing what tidings?

 

27

     Zwak, onder de zware zomernacht, door de stilte van de stad die van dromen in droomloze slaap is veranderd, als een verzadigde minnaar die door geen liefkozing meer is te bewegen, het geluid van hoeven op de weg van Dublin. Nu niet zo zwak meer nu zij de brug naderen; & in een ogenblik wanneer zij de donkere ramen passeren is de stilte als door een pijl doorkliefd. Zij worden nu van verre gehoord     hoeven die als diamanten in de zware nacht blinken, zich haastend over de grijze, stille moesgronden naar het einde van welke reis - welk hart - welk bericht bengend?
60
 
61

28

     A moonless night under which the waves gleam feebly. The ship is entering a harbour where there are some lights. The sea is uneasy, charged with dul1 anger like the eyes or an anima1 which is about to spring, the prey of its own pitiless hunger. The land is flat and thinly wooded. Many people are gathered on the shore to see what ship it is that is entering their harbour.

 

28

     Een maanloze nacht waaronder de golven zwak glinsteren. Het schip vaart een haven waar enkele lichten schijnen binnen. De zee is onrustig, belast met doffe woede als de ogen van een dier dat op het punt staat op de prooi van zijn eigen mededogenloze honger te springen. Het land is vlak & licht bebost. Vele luyden zijn aan de kust samengekomen om te zien wat voor schip hun haven binnenvaart.
62
 
63

29

     A long curving gallery: from the floor arise pillars of dark vapours. It is peopled by the images of fabulous kings, set in stone. Their hands are folded upon their knees, in token of weariness, and their eyes are darkened for the errors of men go up for them for ever as dark vapour.

 

29

     Een lange gebogen galerij: van de vloer stijgen kolommen van donkere damp op. Het is bevolkt met de beelden van fabelachtige koningen, in steen gevoegd. Hun handen liggen gevouwen op hun knieën, als een teken van gelatenheid, & hun ogen zijn verduisterd want de vergissingen van mannen stijgen voor altijd voor hen op als donkere dampen.
64
 
65

30

     The spell of arms and voices - the white arms of roads, their promise of close embraces, and the black arms of tall ships that stand against the moon, their tale of distant nations. They are held out to say: We are alone, - come. And the voices say with them, We are your people. And the air is thick with their company as they call to me their kinsman, making ready to go, shaking the wings or their exultant and terrible youth.

 

30

     De betovering van armen & stemmen; - de witte armen van wegen, hun belofte van stevige omhelzingen. & de zwarte armen van hoge schepen opgericht tegen de maan, hun verhaal van verre staten. Zij zijn uitgestrekt om te zeggen: Wij zijn alleen, - kom. & de lucht is dik van hun aanwezigheid wanneer zij mij, een van hen, roepen & zich gereed maken om te vertrekken, & de vleugels van hun bejubelde & verschriklike jeugd uitkloppen.
66
 
67

31

     Here are we come together, wayfarers; here are we housed, amid intricate streets, by night and silence closely covered. In amity we rest together, well content, no more remembering the deviousness of the ways that we have come. What moves upon me from the darkness subte and murmurous as a flood, passionate and fierce with indecent movement of the loins? What leaps, crying in answer, out of me, as eagle to eagle in mid air, crying to overcome, crying for an iniquitous abandonment?

 

31

     Hier zijn wij reizigers samengekomen; hier zijn wij gehuisvest, in dit netwerk van straten, door nacht & stilte dicht bedekt. In vriendschap rusten wij tesamen, wel tevreden, zonder zich nog aan de kronkelingen van de wegen die wij hebben afgelegd te herinneren. Wat beweegt zich vanuit de duisternis over mij, subtiel & ruisend als een vloed, vurig & heftig met een onwelvoeglike beweging van de lendenen? Wat springt, schreeuwend als antwoord, uit mij, als arend tot arend in volle vlucht, schreeuwend om te overwinnen, smekend om een onbillik prijsgeven?
68
 
69

32

     The human crowd swarms in the enclosure, moving through the slush. A fat woman passes, her dress lifted boldly, her face nozzling in an orange. A pale young man with a Cockney accent does tricks in his shirtsleeves and drinks out of a bottle. A little old man has mice on an umbrella; a policeman in heavy boots charges down and seizes the umbrella; the little old man disappears. Bookies are bawling out names and prices; one of them screams with the voice of a child 'Bonny Boy!' 'Bonny Boy!' ... Human creatures are swarming in the enclosure, moving backwards and forwards through the thick ooze. Some ask if the race is going on; they are answered 'Yes' and 'No.' A band begins to play....... A beautiful brown horse, with a yellow rider upon him, flashes far away in the sunlight.

 

32

     De mensen menigte dringt in de omheining, & baggert in de modder. Een vette vrouw komt voorbij, haar jurk gedurfd opgetild, haar neus in een sinaasappel gestoken. Een bleke jongeman met een Cockney accent goochelt in hemdsmouwen & drinkt uit een fles. Een oud mannetje heeft muizen op een parapluie; een politie agent in zware laarzen haast zich & neemt de parapluie in beslag; het kleine mannetje verdwijnt. Bookmakers brullen namen & noteringen; Een van hen schreeuwt met de stem van een kind - 'Bonny Boy!' 'Bonny Boy!'... Menslike wezens dringen in de omheining, bewegen naar achter & voor door het dikke slijk. Sommigen vragen of de race is begonnen; men antwoordt 'Ja' & 'Nee.' Een band begint te spelen....... Een prachtig roodbruin paard, met een gele ruiter er op, flitst in de verte in het zonlicht weg.
70
 
71

33

     They pass in twos and threes amid the life of the boulevard, walking like people who have leisure in a place lit up for them. They are in the pastry cook's, chattering, crushing little fabrics of pastry, or seated silently at tables by the café door, or descending from carriages with a busy stir of garments soft as the voice of the adulterer. They pass in an air of perfumes: under the perfumes their bodies have a warm humid smell..... No man has loved them and they have not loved themselves: they have given nothing for all that has been given them.

 

33

     Zij passeren getweeë of gedrieën midden door de drukte in de boulevard, zoals de luyden die de tijd hebben rond te 1open in een voor hen verlicht oord. Zij zijn in dc banketbakkerswinkel, kletsen, knabbelen aan klein gebak, of zitten stil aan tafels bij de café-deur, of stappen met een levendige beweging van kleding zacht als de stem van de trouwloze uit rijtuigen. Zij passeren in een lucht van parfums: onder de parfums dragen hun lichamen een warme vochtige geur..... Geen nkele man heeft van hen gehouden & zij hebben niet van zichzelf gehouden: zij hebben niets in ruil gegeven voor alles wat hen is gegeven.
72
 
73

34

     She comes at night when the city is still invisible, inaudible, all unsummoned. She comes from her ancient seat to visit the least of her children, mother most venerable, asthough he had never been an alien to her. She knows the inmost heart; therefore she is gentle, nothing exacting; saying. I am susceptible of change, an imaginative influence in the hearts of my children. Who has pity for you when you are sad among the strangers? Years and years I loved you when you lay in my womb.

 

34

     Zij komt 's nachts wanneer de stad stil is: onzichtbaar, onhoorbaar, alles ongevraagd. Zij komt van haar oude woonstede om haar minste kind te bezoeken, meest eerwaardige moeder, alsof hij haar nimmer vreemd was geweest. Zij kent het meest geheime hart; daarom is zij zachtaardig, zonder enige eis; &.amp; zegt: ik ben ontvanklik voor verandering, verbeeldingsvermo-gen in het hart van mijn kinderen. Wie heeft medelijden met jou wanneer jij temidden vreemdelingen bedroefd bent? Jaren & jaren hield ik van jou toen jij in mijn schoot lag.
74
 
75

35

[London: in a house at
Kensington]               

Eva Leslie - Yes, Maudie Leslie's my sister an'
     Fred Leslie's my brother - yev
     'eard of Fred Leslie?... (musing)...
     O, 'e's a whoite-arsed bugger... 'E's
     away at present.......
                    (later)
     I told you someun went with me
     ten toimes one noight.... That's
     Fred - my own brother Fred....
     (musing)... 'E' is 'andsome... O I
     do love Fred...

 

35

[Londen: in een huis in
Kensington]               

Eva Leslie Ja, Maudie Leslie is mijn zuster &
     Fred Leslie is mijn broer - heb
     je niet van Fred Leslie gehoord?... (dromend)...
     O, hij is een xxxxxxxxxxxx ... Hij is
     weg, momenteel

                    (later)

     Ik heb je verteld niet dat iemand
     in één nacht tienmaal met mij mee is gegaan.... Zo is
     Fred - mijn eigen broer Fred....
     (dromend)... Hij is mooi... O ik
     houd van Fred....
76
 
77

36

     Yes, they are the two sisters. She who is churning with stout arms (their butter is famous) looks dark and unhappy; the other is happy because she had her way. Her name is R... Rina. I know the verb 'to be' in their language.
     - Are you Rina?
I knew she was.
But here he is himself in a coat with tails and an old-fashioned high hat. He ignores them: he walks along with tiny steps, jutting out the tails of his coat.... My goodness! how small he is! He must be very old and vain.... Maybe he isn't what I... lt's funny that those two big women fell out over this little man.... But then he's the greatest man in the world....

 

36

     Ja, dat zijn de twee zusters. Zij die karnt met stevige armen (hun borer is beroemd) 1ijkt somber en ongelukkig; de ander is gelukkig want zij heeft haar zin gehad. Haar naam is R....Rina. Ik ken het werkwoord 'zijn' in hun taal.
     - Bent U Rina?
Ik wist dat zij het was.
Maar daar is hij zelf pandjes jas & een oudrrwetse hoge hoed. Hij negeert hen: hij loopt langs met kleine passen, de panden van zijn jas slaan uit.... Lieve heme1! Wat is hij klein! Hij moet erg oud & ijdel zijn..... Wellicht is hij niet wat ik... Het is grappig dat deze twee grote vrouwen zich over dit mannetje boos hehben gemaakt.... Maar hij is evenwe1 de grootste man van de wereld....
78
 
79

37

     I lie along the deck, against the engine house, from which the sme11 of lukewarm grease exhales. Gigantic mists are marching under the French c1iffs, enveloping the coast from headland to headland. The sea moves with the sound of many scales.... Beyond the misty walls, in the dark cathedral church of Our Lady, I hear the bright, even voices of boys singing before the altar there.

 

37

     Ik lig languit op het dek, tegen het motorhuis, waaruit de geur van lauw vet opstijgt. Reusachtige nevels trekken onder de Franse klippen voorbij, & verbergen de kust van kaap tot kaap. De zee beweegt met het geluid van vele schellen.... Aan gene zijde van de nevelige muren, in de donkere kathedraa1 van Onze Lieve Vrouw, hoor ik heldere, regelmatige jongensstemmen voor het altaar daar zingen.
80
 
81

38

[Dublin: at the corner of           
Connaught St... Phibsborough]

The Little Male Child - (at the garden gate).. Na.. o.
The First Young Lady - (half kneeling, taking his
     hand) Well, is Mabie
     your sweetheart?
The Little Male Child - Na... 0.
The Second Young Lady - (bending over him, looks
     up) - Who is your
     sweetheart?

 

38

[Dublin: op de hoek van        
Connaught St. Phibsborough]

Het Kleine Jongetje - (aan de tuinpoort) ..Nie.. mand.
De Eerste Jonge Dame -(half geknield, neemt zijn
     hand) - Wel, is Mabie
     je liefje?
Het Kleine Jongetje - Nie... mand.
De Tweede Jonge Dame - (buigt zich over hem, kijkt
     op) - Wie is je
     liefje?
82
 
83

39

     She stands, her book held lightly at her breast, reading the lesson. Against the dark stuff of her dress her face, mild featured with downcast eyes, rises softly outlined in light; and from a folden cap, set carelessly forward, a tassel falls a1ong her brown ringletted hair...
     What is the 1esson she reads - of apes, of strange invenions, or legends of martyrs? Vho knows how deeply meditative, how reminiscent is this comeliness of Raffaello?

 

39

     Zij staat, met haar boek licht omhooggehouden de les te lezen. Tegen de donkere stof van haar jurk komt haar milde gelaat met terneergeslagen ogen, in het licht zacht getekend uit; & van een gevouwen muts, achtloos naar voren opgezet, valt een kwast langs haar kastanjebruin gekruld haar...
     Welke les 1eest zij - van apen, van vreemde uitvindingen, of legenden van martelaren? Wie weet hoe diep bespiegelend, hoe sterk deze gelijknis aan Raffaello doet denken?
84
 
85

40

in 0'Connell St:          
Dublin:     in Hamilton, Long's
the chemists's]                       

Gogarty - Is that for Gogarty?
pay          
Tile Assistant - (looks) - Yes, sir... Will you take
     it with you? for it now?
Gogarty - No, send it put it in the
     account; send it on. You know
     the address.
                    (takes a pen)
The Assistant - Yes     Ye-es.
Gogarty - 5 Rutland Square.
                         while
The Assistant - (half to himself as he writes)
     ..5.. Rutland.. Square.

 

40

in 0'Connell St:          
[Dublin:     in Hamilton, Long's
de apotheek]                          

Gogarty - Is dit voor Gogarty?
Betaalt          
De Bediende - (kijkt) - Ja, mijnheer... Neemt U
     het zo mee? U nu?
Gogarty - Nee, stuurt U het zet het op de
     rekening; stuurt het na. U kent
     het adres.
                    (neemt een pen)
De Bediende - Ja     Ja a.
Gogarty - 5 Rutland Square.
                              al
De Bediende - (half tot zichzelf gedurende schrijvend)
     .. 5.. Rutland.. Square.
86
 
87